Een jaar geleden had ik deze column vrijheid genoemd. Vrijheid hecht ik namelijk ontzettend veel waarde aan. Ik ben graag autonoom en als ik het gevoel heb dat mensen over mijn grenzen gaan, dan raak ik gefrustreerd, klap ik dicht en voel ik me gevangen. Met een dochter met beperkingen wordt ik vaak getriggerd op dit vlak. Is het niet door instanties zoals het ziekenhuis die van alles wil wat ik niet zie zitten, dan zijn het wel de sociale activiteiten.
Mijn coach Lodewijk hoorde enige tijd geleden mijn monoloog over vrijheid aan en vroeg of hij zijn kijk erop mocht geven. Tuurlijk. Hij vroeg zich af of ik niet gewoon mijn persoonlijke ruimte bedoelde in plaats van vrijheid. Je persoonlijke ruimte die je nodig hebt om je lekker te voelen. Dat vond ik een fascinerende kijk. Het is de persoonlijke ruimte die je nodig hebt binnen de maatschappelijke ruimte. Vrijheid is ook een groot woord, zo onbegrensd. Die grenzeloosheid is zo eindeloos, niet concreet en niet behapbaar. Met een verschuiving van woorden kon ik ineens een overzichtelijk speelveld voor me zien.
Iedereen heeft zijn eigen ruimte nodig. En zolang we niet in elkaars vaarwater zitten, dobberen we allemaal lekker in een grote vijver (de maatschappij). Wanneer echter anderen een beroep op je doen qua tijd, teveel in jouw space komen, dan ontstaat er wrijving. Dat is natuurlijk helemaal niet erg, want dat is het spel. Dan word je getriggerd en uitgedaagd om nee te (leren) zeggen en/of je eigen grenzen (leren) aan te geven.
Het helpt mij enorm om het leven als een spel te zien. Ik heb namelijk ontzettend veel moeite om nee te zeggen en anderen voor mijn gevoel teleur te stellen. Maar ik word ook chagrijnig als ik gevraagd wordt iets te doen waar ik helemaal geen zin in heb. Een paar jaar geleden zou ik dan toch maar ja gezegd hebben om vervolgens achter de schermen ontzettend te mopperen en allerlei argumenten te bedenken waarom ja-zeggen ook helemaal niet zo verkeerd is. Cognitieve dissonantie noemen we dit. Het onaangename gevoel verkleinen met allerlei argumenten. Maar zeg je ja tegen een ander, dan zeg je eigenlijk nee tegen jezelf. Laat ik het verduidelijken met een eenvoudig voorbeeld: een uitnodiging voor een verjaardag. Nu ben ik al niet zo gek van feestjes, laat staan verjaardagsfeestjes. Maar specifiek een feestje waar wij als heel gezin worden uitgenodigd vind ik echt een crime. Onze dochter Sophie is heel erg gek op nieuwe omgevingen. Vooral omgevingen met heel veel spullen, apparaten met knopjes, losliggende pennen om daarmee op de muren te tekenen, lades vol met aantrekkelijke en voor haar onbekende spullen en het ergste is een gemakkelijk te openen deur naar buiten. De complete opsomming werkt voor haar als honing voor een beer. Dus als wij uitgenodigd worden voor een verjaardag zie ik alle uitdagingen al voor me: 20 halve gesprekken, rennend achter Sophie aan om te kijken wat ze nu weer aan het uitspoken is, ondertussen ook in de gaten houden of onze zoon Dirk het naar zijn zin heeft, spullen opruimen die ze uit de kasten heeft getrokken, checken of de deur naar buiten nog steeds dicht is, een broek verschonen en ondertussen sippen aan je drankje en een hapje tussendoor smullen om uiteindelijk met een ontzettend onvoldaan en moe gevoel naar huis te gaan.
In de eerste jaren heb ik nog wel eens (ook uit beleefdheid) ja gezegd tegen een verjaardagsfeestje. Maar na de uitdagingen die we gehad hebben, heb ik ondertussen wel nee leren zeggen. En dan ook nee zeggen, zonder dat ik het helemaal ga uitleggen. Want nee is gewoon ook een antwoord met dezelfde waarde als ja. Het doet dan misschien wel een beetje pijn om nee te zeggen, maar het is wel eerlijker naar zowel jezelf, als de ander toe. Het geeft mij uiteindelijk de ruimte die ik nodig heb en ik word er een leuker mens van.
Deel dit blog via