Ik heb al jaren niet gevlogen.

Niet omdat ik bang ben voor vliegen. Zeker niet, maar omdat reizen met Sophie nou eenmaal betekent: alles van tevoren doordenken, elk scenario in je hoofd doorlopen en dan alsnog weten dat het anders kan lopen dan je dacht.

Dit jaar gaan we toch. Althans, Sophie en ik gaan vliegen in verband met de reistijd. Dirk en Jorg rijden in twee dagen naar de bestemming.

Twee uur vliegen. Dat klinkt kort. Maar met Sophie kan twee uur heel lang aanvoelen.

We hebben alles voorbereid wat je kunt voorbereiden. Alleen handbagage, zodat we niet hoeven te wachten bij de band. Assistentie aangevraagd bij KLM, zodat de rijen zo kort mogelijk zijn. We boarden zo laat mogelijk, want wachten is voor Sophie het allermoeilijkste wat er is. Tot die tijd lopen we. Schiphol in, rondjes, kijken, bewegen. Vooral niet stilstaan!

En toch weet ik het niet.

Schiphol kan een feestje zijn van prikkels: alle mensen, de beweging, de geluiden, de vliegtuigen en de winkels. Maar het kan ook te veel worden. Dan kantelt er iets in haar en is het aan mij om rustig te blijven. Om de starende blikken naast me neer te leggen. Om aanwezig te blijven bij haar en niet te verdwijnen in wat anderen denken.

Het opstijgen wordt waarschijnlijk een feestje. Sophie houdt van druk op haar lijfje en van snelheid. Maar hoe ze het eenmaal in de lucht vindt, dat weet ik niet. Vindt ze het boeiend om naar buiten te kijken? Of wordt de beslotenheid van het vliegtuig te veel?

Ik weet het niet.

Dat is precies wat het zo spannend maakt. Net als het vliegtuig de grond loslaat, zal ik ook iets moeten loslaten. De illusie dat ik het kan voorspellen. Dat ik het in de hand heb. Dat een goede voorbereiding betekent dat het goed gaat.

Het gaat zoals het gaat. Moment voor moment. Aanvoelen wat er nodig is. Haar volgen en vooral mezelf niet verliezen.

Een avontuur, maar wel eentje waar ik ontzettend naar uitkijk.

Deel dit blog via