In mijn vorige blog had ik nog hoop op een positieve afloop, nadat we het slechte nieuws hadden ontvangen over de longkanker van mijn vader. Helaas was de diagnose na verdere onderzoeken niet zo rooskleurig. Alleen een zeer intensieve behandeling zou voor een korte verlenging kunnen zorgen, zonder garanties uiteraard.
“Dan is mijn beslissing duidelijk. Ik laat me verder niet behandelen. Het is goed zo. Ik heb er vrede mee; ik heb een mooi leven gehad en geleefd voor twee,” zegt mijn vader tegen de longarts. Een traan rolt over mijn wang en valt op mijn broek. “Ik vind u een moedige man!” hoor ik de aimabele longarts zeggen. Om de komende periode nog enigszins menswaardig door te komen, krijgt mijn vader een vracht zware pijnstillers voorgeschreven. En dat is het dan.
Stil lopen we door de gangen van het ziekenhuis, op zoek naar de uitgang. Eenmaal weer op weg naar huis vraag ik mijn vader of hij nog wensen heeft. De tijd die we nog hebben wil ik zo mooi, maar ook efficiënt mogelijk gebruiken. Ik voel een soort urgentie ontstaan. Die urgentie voelt mijn vader blijkbaar ook, maar hij vult het anders in. Voor de volgende dag plant hij een afspraak met de huisarts om het euthanasietraject te bespreken. Of ik daar ook bij wil zijn. Ik bevind me tussen twee uitersten van urgentie: leven nu het nog kan en de naderende geplande dood.
Tussen dit ziekenhuisbezoek en het overlijden van mijn vader zat slechts een kleine drie weken. Een heftige periode, waarin ik heb ervaren dat er binnen een rollercoaster weer minirollercoasters zitten. Kleine momenten van geluk onder het zwaard van Damocles.
Zo zijn mijn broers en ik meerdere keren met hem uit eten geweest en daar hebben we ontzettend van genoten. Door de pijnstillers kreeg mijn vader ontzettende eetlust, dus uit eten werd de ultieme activiteit. “If life gives you lemons… hè, Mariek,” zei hij dan opgewekt. Maar ook gewoon een kop koffie of een wijntje met hem drinken, of even op het bankje zitten in de wei bij zijn schapenschuur, waren opeens uitzonderlijk kostbare momenten. Momenten die ik ontzettend koester.
Voor ik het echter wist, zat ik weer bij het gesprek met de huisarts. Dit keer om de euthanasiedatum te prikken. Het was woensdag 22 mei, een dag voor de verjaardag van mijn dochter Sophie. “Je moeder wil het graag over het weekend tillen,” zegt mijn vader. Ik kijk verschrikt. “Tuurlijk tillen we het over het weekend!” roep ik verbaasd. Ik zag dit even helemaal niet aankomen. “Dan doen we het op maandag. Dat is ook praktisch, want dan kunnen jullie vrijdag of zaterdag de begrafenis houden.” “Pap, misschien moet je ook even kijken wat het weer doet,” zeg ik gekscherend. Ondertussen volgt de huisarts rustig ons gesprek. Uiteraard doet hij geen uitspraak, maar tussendoor zegt hij wel tegen mij: “Mensen die kiezen voor euthanasie zijn allemaal planners.” Het wordt me inderdaad duidelijk dat dat klopt. Niet gevoelsmatig, maar vanuit het hoofd een logische datum prikken. Het is uiteindelijk maandag 27 mei geworden. Dat werd de letterlijke deadline.
De urgentiegraad werd opgeschroefd en samen met mijn vader hebben we de begrafenis voor de week erop besproken met de uitvaartbegeleidster. Hoe pittig dat ook was, het was ook zo mooi om te doen. Met een lach en een traan hebben we ons als gezin misschien wel nooit zo verbonden gevoeld.
De laatste avond hebben we met elkaar gegeten en het was oprecht gezellig. We hebben muziek geluisterd, verhalen van vroeger opgerakeld en genoten van een goede fles wijn. We concludeerden dat we ondanks de heftige periode ook ontzettend dankbaar waren voor de korte tijd die we nog hadden. Ik heb zelfs die avond mijn speech, die ik ondertussen al geschreven had, aan hem voorgelezen. Hoe bijzonder is dat!
En dan is het dé dag. Je zou verwachten dat het een onrustige dag zou zijn, maar gek genoeg was de sfeer best relaxed. Dat kwam vooral door de nuchtere houding van mijn vader. Sterker nog, het leek wel alsof hij uitkeek naar het moment. Hij belde nog even een goede vriend om hem eraan te herinneren dat ze in een dronken bui de afspraak hadden gemaakt dat degene die als laatste zou gaan een speech zou verzorgen. Ook gooide hij halverwege die dag twee frikandellen in de Airfryer met de opmerking: “Je weet maar nooit of ze die boven ook hebben.” Ook ging hij nog even slapen. Dat vond ik best vreemd, als je weet dat je een paar uur later voor altijd weg bent. Het gaf echter wel aan dat zijn lijf echt moe en op was.
En dan is het laatste uur aangebroken. Terwijl wij naasten allemaal stil zijn en niets meer weten te zeggen, begint mijn vader wat spulletjes te verdelen, zoals zijn zonnebril, horloge en ketting. Maar ook papieren met belangrijke info neemt hij nog een keer met ons door. Inderdaad, mensen die kiezen voor euthanasie zijn planners.
Dan gaat de bel. De huisarts. Het komt nu heel dichtbij. Terwijl de huisarts de voorbereidingen treft, geeft mijn vader iedereen een intense knuffel en terwijl hij naar zijn bed loopt zegt hij: “Ik ben trots op jullie allemaal”. Hij gaat op bed liggen, kruist zijn ondertussen erg dunne benen relaxed, doet nog even een lekker kussentje in zijn nek en sluit zijn ogen. Eén voor één worden de spuiten gezet, maar het verzwakte lichaam geeft zich al snel over en het leven verdwijnt uit zijn tengere lijf. Wat moet je moedig zijn om zo vol berusting het leven te verlaten. Dat maakt dat mijn vader voor altijd als een zeer moedige man in mijn hart zal verblijven.
Ik draag dit blog op aan mijn vader:
dankjewel lieve pap, voor alles wat je voor ons hebt betekend.
Lees ook: Slecht nieuws
Deel dit blog via